Met 4 kanjers in de halve finale van de bekercompetitie waren de verwachtingen hoog gespannen. Dit moesten wel mooie, spannende partijen worden ....
** Bram en Raymond logenstraften bovenstaande woorden als eersten. Al snel werd tot remise besloten. In een remisestelling, dat wel !
Bram was moe en Raymond heeft, na remise, altijd de snelschaakpartijen nog achter de hand.
** Thijs en Johan konden eveneens tegen half tien al naar huis. Hier geen remise, maar een slachtpartij. Thijs had zich dermate goed voorbereid op de Caro - Kann die Johan placht te spelen,
dat hij de zwartspeler van het bord poetste.
Hij verwoordt het als volgt:
Een beginnend schaker wordt vaak verteld dat het onverstandig is om een opening te leren. Als we naar de wiskunde erachter kijken is het eenvoudig te begrijpen waarom; er zijn ~400 mogelijke stellingen bij zet een en bij zet twee gaat het al naar ~197281 verschillende stellingen.
Als men toch besluit dit advies de wind in te slaan, dan heb ik als persoonlijke regel dat de opening genoemd moet zijn naar een geografische locatie. Spaans? Prima! Siciliaans? Goed! Deens, OK!
Toen Johan en ik tegen elkaar moesten strijden in de halve finale van de beker was het dan ook Johan die met zwart de Caro-Kann verdediging speelde (vernoemend naar een Engelsman & een Oostenrijker). Hier had ik een lijn tegen bestudeerd waarbij wit een significante voorsprong nam als zwart niet oppast (ook wel bekend als een 'opening trap'). Bij zet drie in de stelling had ik de stukken juist neergezet & pas bij zet elf ging de val af. Dit kostte Johan drie pionnen, een kwaliteit, en zowel de dame als de andere toren werden snel afgeruild - waarna Johan er geen zin meer in had & ik voor het eerst in de finale van de beker sta.
Na afloop vroeg ik Henk Oosterink (koning der zwendelaars) of hij niet trots was op mijn gepleegde coup & val, waarop hij antwoordde: "Ik had hem zelf ook al voorbereid" - dank Henk, een groter compliment kan ik me niet bedenken.
Joost